www.krachtvanbeleving.nl

2013

Thecla Rondhuis over ‘Het verhaal achter de ogen’
Het op toneel laten zien van de rijke schakering aan dimensies die het bestaan van en met een ‘Down-kind’ karakteriseert, is geen lichtzinnige opgave. De Israëlische toneelschrijfster Nava Semel deed het in 1988. Op 21 maart 2012, Wereld Downsyndroom Dag, vond in aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur de première plaats van de heropvoering in Nederland. Het is een lange monoloog van een moeder die terugkijkt op haar leven met haar zoon. Hij heeft het syndroom van Down. Ze kijkt ook vooruit naar morgen, wanneer hij voor het eerst naar school zal gaan. Eén ding is duidelijk: de ervaringen met haar kind zijn anders dan de verwachtingen die zijn geboorte wekten. De moeder wordt heen en weer geslingerd tussen vragen (moet hij nu wel of niet naar het speciaal onderwijs) en opmerkingen uit haar omgeving (zielig, zeg). De werkelijkheid blijkt echter steeds aan deze vragen en oordelen te ontsnappen. Het kind ziet, luistert en voelt, en de moeder probeert achter die ogen en oren te kruipen. Ze geniet als haar zoontje in staat blijkt zich gewoon met verf en kwast uit te drukken.

scenefoto-Kind-achter-de-ogenDe monoloog is tegelijk een verinnerlijkte dialoog, namelijk tussen de moeder en de pas overleden oma. Een gesprek tussen moeders, eentje uit het hier en nu en eentje die daar bovenuit is gestegen. Misschien is dit wel het allermooiste van de voorstelling: het verschijnsel Down is van alle tijden en windstreken en wordt steeds door moederliefde geïnspireerd.

Sommige bezoekers, eveneens ouders van een kind met Down, herkenden zich niet in het stuk. Mogelijk komt dit doordat de moeder af en toe vragen van haar kind in zich voelt opkomen die verstandelijk gehandicapte kinderen van 5 jaar niet stellen, zoals ‘waarom ga ik niet naar een gewone school?’ Maar wie goed luistert hoort dat deze vragen niet met een nagebootst kinderstemmetje worden uitgesproken en dat het de moeder zelf is, die ze stelt. Maar dit zou zeker sterker kunnen worden aangezet. De moeder wordt verder uitmuntend vertolkt door Loes Hegger. Haar hele voorkomen is dat van een moeder.

Er is één moment, waarop ik het niet droog hield en dat is als het verhaal verteld wordt van een andere verstandelijk gehandicapte jongen die bij het boodschappen doen steeds een kauwgumpje krijgt van de caissière. Zodra hij buiten komt dwingen zijn ‘vrienden’ hem dit af te geven. Het is achter de ogen van deze jongen dat de wereld zijn glans gewoon blijft behouden.

Thecla Rondhuis

Filosoof en auteur van ‘De mongool, de moeder en de filosoof’

 

Applaus voor mijn moeder

Afgelopen zondag 20 januari zag ik ‘Het kind achter de ogen’ in Theater ‘De Ruimte’ in Amsterdam. Tussen het publiek zag ik twee jonge mannen met het downsyndroom die naast elkaar liepen en elkaars hand vast hielden. Hun andere hand hadden ze over elkaars schouders gelegd. Het was een prachtig gezicht. Ze ondersteunden elkaar heel liefdevol.

scenefoto-2-Kind-achter-de-ogenRuim een uur bracht actrice Loes Hegger een zeer mooie en intense voorstelling aan het publiek. Haar toneelspel was eerlijk en oprecht, duidelijk verwoord, en natuurlijk ontspannen. Het verhaal werd ondersteund door een projectiescherm waarop een tekening van krijt tevoorschijn kwam van het gezicht van de moeder, wellicht getekend door haar zoon op school. De twee jongemannen met het downsyndroom hadden vooraan plaatsgenomen. Met grote interesse volgden zij het verhaal van de trotse moeder over haar zoon. Na afloop van de voorstelling klonk er een daverend applaus.

Speciaal voor deze avond waren twee moeders van een kind met het downsyndroom uitgenodigd, om een nagesprek te leiden voor geïnteresseerden. Zij vertelden over hun bijzondere leven met hun zoons en vooral wat ze van hen leerden: het geven van liefde en aandacht, het opbrengen van geduld en een tevreden leven leiden, wat hen beiden goed lukte. Ze waren dankbaar voor het unieke dat hun kinderen hen bracht – ‘Normale’ mensen kunnen zoveel leren van mensen met een downsyndroom, zeiden ze.
In de zaal zaten een aantal familieleden van mensen met het downsyndroom. Een vrouw vertelde over haar verzorging voor haar broer en dat ze dat graag deed. Ze zei dat ze de omgang met haar broer niet als een handicap zag zoals misschien de meeste mensen dat wel zien. Ze zag haar broer gewoon als een mens waar ze enorm veel van hield en die ze graag wilde helpen.
Tussen het publiek zat ook de moeder van een van de jongemannen met het downsyndroom. Haar zoon had ze vrij en wijs opgevoed en ze gaf hem vrijheid daar waar het kon. Ze liet hem bijvoorbeeld een aantal keren alleen met de bus reizen onder begeleiding van het nodige mobiele contact onderling. De zoon genoot daar rijkelijk van. Voor hem was het een uitdaging.
Op een gegeven moment nam de zoon het woord. Hij gaf aan dat hij iets wilde delen met de mensen om hem heen. Hij zei dat hij het zó belangrijk vond, dat het hem gepast leek om erbij te gaan staan. Zo sterk als Obama, werkelijk, speechte hij dat we allemaal uniek, allemaal verschillend zijn en dat nou juist dát onze kracht is. ‘En hier zit mijn moeder,’ zei hij, ‘die me liefdevol opgevoed heeft en die er altijd voor mij is. Zij houdt van mij en ik houd van haar – en nu wil ik een applaus voor mijn moeder.’ Iedereen klapte hartelijk voor de sterke en tevens ontroerende woorden van deze spreker. Elk woord dat hij sprak, koos hij zorgvuldig uit, en ondersteunde het met gebaren vanuit zijn handen.
Ik was blij en dankbaar dat ik bij de voorstelling en het nagesprek aanwezig mocht zijn. Het was een leerzaam en inspirerend samenzijn.

Stephanie de Bont

 

Actualiteit

Na afloop van deze indrukwekkend voorstelling over een moeder van een kind met Downsyndroom, was er een nabespreking o.l.v. Robbert Lammertink van Stichting Downsyndroom en vader van een zoon met Downsyndroom.
Robbert had de voorstelling een paar jaar geleden ook al eens gezien maar was nu – naar eigen zeggen – meer geraakt. Hij ervaarde meer herkenning.
Door recente discussies in de media over kosten en veranderingen in de zorg en de mogelijke invoering van de Nipt test, vraagt Robbert zich af hoe inclusief onze samenleving nog is, en wat dit voor de toekomst van zijn zoon betekent?
De zoon van Robbert is ‘anders’ en ja, het vergt wel wat om dit kind op te voeden en te onderwijzen. Maar, zoals Robbert zegt, “Down is met leven verenigbaar, het is helemaal niet zo erg. Hij is een heel mooi mens”
Onder de toeschouwers zijn meer familieleden van mensen met Downsyndroom. Zij herkennen zich in de voorstelling; in de zorg over je kind – vooral als je er later zelf niet meer bent – maar ook in dat andere thema uit de voorstelling: de toegevoegde waarde van verscheidenheid. De voorstelling laat zien hoe de kleine Jotan die eerst helemaal niet welkom was, het leven van zijn ouders enorm heeft verrijkt.  Bloemendaal, 20-3-2016

 


 

Interview met Loes Hegger over de voorstelling